Beelddenken, een uitleg


 

Als een mens wordt geboren neemt hij de wereld zintuiglijk in zich op. Door middel van zien, horen, voelen, ruiken, proeven maakt het zich zijn of haar omgeving eigen. Ieder mens wordt als beelddenker geboren, want taal wordt immers daarna pas aan de beelden toegevoegd. Als mama bijvoorbeeld het woord “beer” zegt, leert het kind dat dat gele ding met twee bolletjes en 4 uitsteeksels (beeld) een beer is (taal).

 

Op het 5/6 jaar wordt taal heel belangrijk, want dan begint het leren lezen in groep 3. Kinderen worden geacht het “beeld” steeds meer los te laten en over te gaan op “taal”. Voor 95% van de kinderen is dat geen probleem; m.a.w. voor 5% van de kinderen dus wel. Zij blijven de voorkeur geven aan het denken in beelden. Dat kan problemen opleveren, maar hoeft niet. Een leerkracht die bewust met een beelddenker omgaat en de juiste manier van instructie weet te geven, kan veel onheil voorkomen. 

Let wel: beelddenken is erfelijk bepaald. Indien uw kind een beelddenker is, is het dus heel goed mogelijk dat een van de ouders dat ook is!

ExternalVideoWidget

Beelddenkers werken vanuit hun rechterhersenhelft. Zij “zien” 32 beelden per seconde. Een taaldenker spreekt met 2,5 woorden per seconde. M.a.w. een beelddenker werkt 16x sneller dan een taaldenker. Dat heeft voordelen. Een beelddenker is daardoor creatiever, kan makkelijk oplossingen bedenken, is inventief, voelt dingen goed aan, heeft een brede belangstelling en is een  doorzetter. Ook kan hij/zij goed organiseren en leiding geven.


 

Bij het woord “bal” bijvoorbeeld ziet een taaldenker:

 

B   A   L

  

Een beelddenker ziet…….

 


 


 


 


 


 


 

...en in gedachten kan hij nog veel en veel meer verbindingen leggen in een razend tempo. Het kan zomaar zijn dat de volwassen beelddenker dan uitkomt bij een berg in Oostenrijk omdat de trainer van zijn favoriete club ooit eens een auto heeft gekocht in Tsjechië en die via Oostenrijk heeft laten vervoeren…..

 

ExternalVideoWidget

Onze maatschappij is een taalmaatschappij. Het verbale denken is noodzakelijk voor succes. Veel komt via spreektaal bij ons binnen en luisteren is dus heel belangrijk. Die taal komt in stukjes binnen, terwijl een beelddenker juist graag eerst het grote geheel wilt leren kennen, alvorens de kleine stappen te kunnen waarnemen. Voor een beelddenker moet taal worden omgezet in een beeld, daarna moet er een antwoord worden verzonnen dat weer omgezet moet worden in taal. Dat kost tijd. Beelddenkers voelen zich vaak onbegrepen. Faalangst ligt op de loer.

Het Nederlandse onderwijs richt zich voornamelijk op het taaldenkende kind. Dat is immers voor 95% van de leerlingen voldoende. De meeste leerstof wordt verbaal aangeboden en de lesstof is op volgorde gerangschikt met veel details. Voor een beelddenker is het belangrijk om leerstof vanuit het geheel te benaderen om verbanden te kunnen leggen. 

 

M.a.w. leerstof, maar vooral de manier van lesgeven, sluit niet aan bij de beelddenkers. Zij kunnen daardoor onrustig worden, ongeconcentreerd zijn, gaan wiebelen, zich vervelen en snel afgeleid zijn. Dit wordt nog al eens verkeerd geïnterpreteerd in termen van ADHD, ADD, dyslexie, etc. 

Het gevolg is: uitval op school (terwijl deze kinderen later in de maatschappij wel goed slagen).